De Boommarter

Boommarters zijn een goede graadmeter voor bosgebieden met hoge natuurwaarden 

Op deze pagina lees je meer over de boommarter: wat hij eet, hoe hij leeft en wat het verschil is met een steenmarter. Je vindt ook de verschillende aspecten van Plan Boommarter terug: wat is de rol van de Europese natuurdoelstellingen, wat is het is belang van kleine landschapselementen voor het project, waarom is water zo belangrijk, en hoe staat het met de samenhang van het gebied.

Als boommarters terugkomen naar het gebied is de missie van Plan Boommarter geslaagd.

Voedsel

De boommarter is het enige zoogdier dat een eekhoorn door de boomkruinen kan achtervolgen en vangen. Hierbij kan hij meterslange luchtsprongen maken. Hij landt bij een val altijd op z’n poten. Deze energieverslindende jacht behoort niet tot zijn dagelijkse routine. De boommarter is meer een verkenner in zijn territorium dan een jager en scharrelt zijn voedsel bij elkaar door te eten wat hem ‘voor de voeten’ komt. Zijn eten bestaat uit insecten, vogels en eieren, kleine zoogdieren (van muis tot konijn), aas en af en toe een eekhoorn. In de nazomer en herfst eet de boommarter bessen en vruchten.

Verspreiding

De boommarter staat in Vlaanderen op de Rode Lijst en wordt dus met uitsterven bedreigd. Er is geen totaalbeeld over de verspreiding. Sinds de jaren ‘80 worden boommarters waargenomen in het Meerdaalwoud (bij Leuven). Vermoed wordt dat de soort zich ook in de Kalmthoutse heide, het Houtland (bij Brugge) en in het Waasland (nabij Sinaai) voortplant. 
De boommarter werd met zekerheid gespot in de Makegemse bossen (Merelbeke, 2012), in het Kravaalbos (bij Aalst, 2015), in het domein Bokrijk en andere Limburgse bossen (2017) en in het Zoniënwoud (2019).  In Wallonië is de boommarter reeds decennia regelmatig gezien in de Ardennen. Van belang voor het Hallerbos is de populatie in westelijk Henegouwen (bij Ath).

Leefgebied

Het leefgebied van een vrouwtje boommarter is ongeveer 250 à 350 hectare. Een mannetje is pas tevreden met 1000 à 2000 hectare en zijn gebied overlapt dus met de territoria van verschillende vrouwtjes. Enkel in de paartijd zijn mannetje en vrouwtje een paar dagen samen, verder leven ze solitair. Boommarters zijn echte bosbewoners. 
Boommarters verkiezen oude bomen met veel holtes. Deze bieden nest-, schuil- en slaapgelegenheid.  Grote, structuurrijke eiken-beukenbossen bieden rust- en voortplantingsplaatsen en een duurzaam voedselaanbod. Dankzij de ontwikkeling van ecologische verbindingszones en een natuurlijker beheer van bossen kan de boommarter weer in aantal toenemen.  Boommarters leggen ’s nachts grote afstanden af van 2 tot 7 km (mannetjes soms meer dan 10 km). 

Boommarter vs. steenmarter

Het onderscheid met een steenmarter is niet altijd makkelijk te maken. Beide martersoorten hebben een bruine vacht, maar de steenmarter heeft een witgrauwe ondervacht. De keelvlek (bef) van een boommarter kan variëren van wit tot oranjegeel, is onregelmatig begrensd en loopt in tegenstelling tot de steenmarter zelden door tot op de voorpoten, al is dit verschil niet sluitend.
Boommarter zijn zeer schuw. De kans dat je er eentje ziet is miniem. Steenmarter komt voor in de buurt van menselijke bewoning en durft al wel eens voor overlast te zorgen.

Boommarter gespot

Op 21 maart 2019 werd een boommarter op beeld vastgelegd in het Zoniënwoud nabij Brussel. Het is de eerste keer dat de soort met zekerheid werd waargenomen in dit uitgestrekte bosgebied. Een overtuigend resultaat van de inspanningen voor natuurbehoud, waar zowat alle organisaties die in de natuursector actief zijn. 

De boommarter is nog altijd een zeldzame verschijning, maar toch lijkt hij aan een opmars bezig in Vlaanderen. Het aantal waarnemingen nam de voorbije jaren opvallend toe, mede dankzij gericht onderzoek met inzet van cameravallen en de registratie van verkeersslachtoffers.  De investeringen in boskwaliteit en ontsnipperingsmaatregelen werpen hun vruchten af.

 Natura 2000

In het prachtige gebied tussen de woonkernen van Halle en Buizingen, het Hallerbos, de taalgrens en het kanaal gaat Plan Boommarter aan de slag om bos en natuur te versterken en te verbinden.  
Wist je dat dit alles te maken heeft met Natura 2000? Het doel is om binnen Europa te komen tot een samenhangend netwerk van beschermde en goed beheerde gebieden waarin een grote verscheidenheid aan soorten ontwikkeld wordt en op langere termijn behouden blijft: het Natura 2000 netwerk. Die natuur levert voordelen op voor de mens, zoals zuiver water, frisse lucht, een buffer tegen klimaatverandering en ruimte voor recreatie, sport en ontspanning. Ook in Vlaanderen zijn Natura 2000-gebieden afgebakend. We noemen die de speciale beschermingszones. Voor elk gebied zijn natuurdoelstellingen vastgelegd en die hebben concreet betrekking op de oppervlakte van habitats die nodig is, de populatiegrootte van soorten en de nodige milieuomstandigheden. Het vertrekpunt hierbij is de reeds aanwezige boskernen en natuurgebieden.

Een deel van deze gebieden voldoen al aan de doelstellingen. Daarbovenop willen we op vrijwillige basis samenwerken in privé-bossen en tuinen, bij paardenhouders en landbouwers,...  
Om de natuurdoelen effectief te realiseren steken we onze handen uit de mouwen: aangepast maaibeheer van graslanden, plaggen om terug heide te krijgen, aanplanten van bos,…  
Een sprekend voorbeeld van actie kan je zien aan het Kapittel, op de valleiflank van de Steenputbeek op de grens tussen Halle en Dworp. Een stuk bos met veel sparren wordt er deze winter omgevormd tot een natuurlijker gemengd beekbegeleidend bos met loofboomsoorten zoals els, es en wilg.  
 
Plan Boommarter wil bewoners, bezoekers en landgebruikers in en rond het Hallerbos uitdagen om een steentje bij te dragen aan deze natuurdoelen. Zo werken we aan een prachtig, natuurrijk en gezond puzzelstuk in dat grote netwerk van natuur!  

Brabantse heide, een voorbeeld van Europese natuur van bij ons

Wie denkt aan heide, ziet uitgestrekte paarse velden voor zich. Alomtegenwoordig zoals in de Kempen is heide in onze streek nooit geweest, maar plaatsnamen als Meigemheide, Destelheide en Rilroheide lezen als een geschiedenisboek over ons landschap. Heide ontstond in onze streek rond oude nederzettingen waar het bos gekapt werd, met name op hogergelegen, droge zandgronden die dan begraasd werden. Het was het resultaat van een landbouwsysteem waar plaats was voor mens, plant en dier. De laatste decennia is heide sterk in oppervlakte afgenomen, zoals overal in Europa. Als ondergroei of in de rand van een aantal bosgebieden komt heide nog verspreid voor, zoals in het Hallerbos en het Krabbos.

Droge heidevegetaties worden gedomineerd door de altijdgroene dwergstruiken van struikhei. Om dit stukje erfgoed en natuurschoon te behouden moet actie ondernomen worden. Openkappen, maaien, begrazen of plaggen (het verwijderen van de bovenste voedselrijke laag van de bodem) is nodig om te vermijden dat de plek terug gaat verbossen. Eigenlijk doen we het eeuwenoude heidebeheer na dat eeuwenlang door boeren werd uitgevoerd.  

Middenin in het Hallerbos kan je zo’n stukje heideherstel aanschouwen. Aan de Eikendreef, ter hoogte van speelweide en picknickbank, werden een stuk naaldbos gekapt en geplagd. Hemlocksparren moesten plaats ruimen voor heideherstel, verschillende berken en eiken mochten blijven staan. Een kleine open plek in het bos werd hierdoor groter gemaakt. Enkele maanden na het plaggen verschenen de eerste heideplantjes. In augustus kan je er bloeiende struikheide zien!

Brede bosranden

Een gesloten bosvegetatie is in de Brabantse leemstreek zowat overal de natuurlijke climax-vegetatie. Door de eeuwen heen heeft de mens het landschap veranderd: er kwamen open landschappen met akkers en graslanden. Aan die open landschappen paste zich een grote soortenrijkdom aan. Die soorten krijgen het door de intensivering van de landbouw moeilijker en zijn in onze streken vaak afhankelijk van natuurgebieden om te overleven. Daarom krijgen ook de biotopen met een open karakter aandacht bij het beheer van het Hallerbos. Voorbeelden zijn de Brabantse heide bij Vroenenbos en de graslanden met hoogstamfruitbomen aan het Kapittel. 

Sinds de veralgemening van de prikkeldraad, ruim 100 jaar geleden, is de grens tussen de landgebruiksvormen scherper geworden: tussen de kortgegraasde weide en het donkere bos ontstond een ‘verticale’ bosrand. Om de biodiversiteit te versterken kiezen de beheerders van natuurgebieden voor geleidelijke overgangen van bos naar grasland of heide. Dit kan zowel aan de buitenrand van het bos, zoals aan het Kapittel en achter het bosmuseum (parking 3), als aan de binnenzijde van het bos, zoals de Arenberg- en Kapittelvijver. 

Goed ontwikkelde bosranden zijn tientallen meters diep en bestaan uit een opeenvolging van een kruidenrijke ruigte, een brede en golvende zone met struiken en dan het opgaande bos. Om de bosrand te behouden moet deze beheerd worden: de kruidenrijke strook (‘zoom’) wordt om de 2 à 4 jaar gemaaid. Je vindt er wilgenroosje, bosandoorn en bramen. De houtige strook met struiken en boompjes (‘mantel’) wordt in fases gekapt om te verjongen. Soorten als meidoorn, sleedoorn en wilde rozen hebben het hier naar hun zin. 

Waar eekhoorns en vuursalamanders zich echt thuis voelen in het koele bos, zijn er veel andere diersoorten die liever in de lichtrijke bosranden vertoeven. Vlinders zoals de sleedoornpage vinden er nectarrijke bloemen, voor vogels zijn er bessen in overvloed en reeën komen er grazen.  

 Meer over Natura 2000

Natura2000 - vlaanderen.be
Europees beschermde natuur - Ecopedia

 Ontsnippering

Ecoduct

Alle lichten staan op groen om een ecoduct over de Brusselse Ring ter hoogte van het Hallerbos te bouwen. Het ecoduct zal in combinatie met het bestaande ecoraster voor een groene verbinding zorgen zodat dieren veilig de weg kunnen oversteken. Én naburige boskernen ten zuiden van Halle worden versterkt en met het Hallerbos verbonden. Het ecoduct wordt 65 meter breed. Aan de zuidoostkant komt een pad van 5 meter breed voor voetgangers en fietsers. De overige 60 meter is ontworpen met respect voor de natuurlijke fauna en flora. Dankzij aarden wallen van bijna 3 meter hoog zullen dieren weinig last hebben van het wegverkeer. De werken starten in de tweede helft van 2023 zodat het ecoduct vanaf 2025 klaar is voor gebruik.

#weetjes  

  • De huidige brug was verouderd en moest sowieso vervangen worden. Dit biedt een mooie kans om een ecoduct te bouwen waar zowel dier als mens geniet van zullen hebben.
  • Door de groei van het Hallerbos en de betere natuurverbindingen richting Maasdalbos en Lembeekbos zal dit ecoduct een zeer grote meerwaarde voor dieren betekenen. Zonder de natuurrealisaties van Plan Boommarter was er wellicht geen ecoduct gekomen ?
  • Het ecoduct wordt 65 meter breed. Aan de zuidoostkant komt een pad van 5 meter breed voor voetgangers en fietsers. De overige 60 meter is ontworpen met respect voor de natuurlijke fauna en flora. Dankzij aarden wallen van bijna 3 meter hoog zullen dieren weinig last hebben van het wegverkeer.
  • De bomen die voor de bouw moeten worden gekapt, krijgen een nieuw leven als natuurlijke afscheiding.
  • Het wandel- en fietspad loopt in een bocht naar het ecoduct toe, zodat een brede aanloopzone vrij blijft voor de dieren.
  • Verandering vraagt even tijd. We begrijpen dat het een aanpassing vraagt om de randparkings te gebruiken in plaats van de geliefde Achtdreven-parking. Zegt nu zelf, een parking in het midden van het bos is toch niet meer van deze tijd. Het ecoduct zorgt voor een sterkere natuur terwijl het bos toegankelijk blijft.
  • Voor mindervaliden en kinderwagens komt er een nieuw vlak parcours vanaf parking 4 (Dries, boswachterhuis) tot in het midden van het bos. Zo kan iedereen blijvend genieten van de prachtige natuur.
  • De ecotunnel Pipaenshoek blijft bestaan. De ecotunnel zal tijdens de bouwwerken een belangrijk alternatief zijn voor wandelaars, mountainbikers,..

Ecotunnel

De ecotunnel aan de Pijpaenshoek in het Hallerbos is een mooi en eenvoudig voorbeeld van ontsnippering. De R0/E19 vormt een barrière tussen het Hallerbos en natuurgebieden zoals het Lembeekbos en het Maasdalbos. In 2011 werd een bestaande doorgang voor auto’s omgevormd. De helft van het wegdek werd uitgebroken, de andere helft werd behouden voor lokaal verkeer. Op het vrijgekomen rijvak werd een zandbed aangelegd, afgeboord met takkenbussels en boomstronken. Op die manier werd een natuurlijke omgeving zo goed mogelijk nagemaakt. Een speciale afrastering langs de autosnelweg zorgt ervoor dat (zoog)dieren niet langer op de autosnelweg belanden maar naar de ecotunnel worden geleid. Aangepaste randbeplanting op de taluds langs de autosnelweg zorgt ervoor dat licht van voorbijflitsende auto’s wordt geweerd.

Boswachters van het Hallerbos doen onderzoek in de ecotunnel. In het zandbed zijn in beide richtingen, sporen van reeën en vossen gevonden. Dassenpootafdrukken werden nog niet gevonden, hoewel het dier al waargenomen werd in de buurt. Naar verwachting zullen jonge dieren voor een come-back zorgen en de komende jaren oude, rustig gelegen burchten terug in gebruik nemen.  

 Meer over ontsnippering

Ontsnippering - vlaanderen.be